omaMARJA en haar OUDERS Haar moeder is 83 jaar en haar vader 86 jaar en zijn al 27 Augustus 2007 al 60 jaar getrouwd Haar vader 10 November 2007 om 06:20 overleden - Hij zei altijd, heeft een gelukkig leven Deze foto is op hun kamer genomen. Er is een verslaggever geweest en die heeft een interview afgenomen en er zijn ook foto's gemaakt, hieronder het hele verhaal. DE GROENE AMSTERDAMMER 15-12-2006 Dan knijpt mijn hart Waardig ouder worden in Nederland.
Zit dat erin? Bericht uit
een woonzorgcomplex. Het verhaal: De mensen worden steeds ouder, zegt mevrouw Aaltje. We lopen langzaam over de gang op de eerste verdieping van de woonzorgcentrum, op weg naar een kop thee. In de kleine zaal zitten enkele ouderen aan het middagmaal. Mevrouw Aaltje schuifelt achter haar rollator. We komen er wel, haast is hier niet nodig. Moet jij eens raden hoe oud die dame is die net een hap eten neemt, zegt ze met een zangerig Amsterdams accent. Hondertentwee! Kun je het je voorstellen? Dat zeg ik, de mensen worden steeds ouder. Voorheen als je 't aan je hart had, werd je afgeschreven. Nu leggen ze een omleidinkje aan, nieuwe hartkleppen, nieuwe knieën, huppatee. Zelfs is mevrouw Aaltje 82 en best tevreden. Ze woont samen met haar man in een appartement in dat woonzorgcentrum, dat zo'n beetje aan de Amsterdamse Dappermarkt ligt. In het enige pand dat het complex scheidt van het marktgewoel, huist een Turkse halal-bakkerij. We hebben hier een woonkamer en een slaapkamer. Als je het leuk inricht, is dat nog heel aardig wonen, zegt ze. Ze kende het centrum al voordat ze erheen verhuisde. Haar man had er veertien jaar een klaverjasclub geleid, zij zelf was er tien jaar vrijwilligster geweest. Op haar leven kijkt mevrouw Aaltje zonder morren terug. Ze houdt er niet van als mensen gaan zeuren over vroeger. Het verleden is geweest, het komt niet meer terug. Ook al halen de herinneringen langzaam de lege werkelijkheid van de oude dag in. Ik was gelukkig vroeger. Ik kon overal van genieten en dat kan ik nog steeds. Ik vind dat we het goed hebben nu, want vroeger hadden we niks. Jazeker, we hebben hard gewerkt, ons leven lang. Mijn man stond 27 jaar op de Dappermarkt met groente en fruit en daarna 25 jaar op de vismarkt bij de Jan van Galestraat. Maar daar word je niet beroerd van hoor, van werken. Van verveling word je beroerder. De tijden zijn verandert, dat merkt mevrouw Aaltje elke dag. Het is niet alleen de techniek, met bypasses, rollators en scootmobielen. Het is de mentaliteit. Vroeger was het socialer, nu leven de mensen maar allenig. Eigenlijk vind ik het een stuk asocialer geworden. Wij hadden weinig, maar we hadden elkaar. Nu leven de mensen in luxe zonder dat ze daar hard voor moeten werken. Mensen hebben te veel tijd. Als er verveling in de man komt, gaat men dingen doen die niet goed zijn. Wij waren zuinig op wat we hadden, maar tegenwoordig zijn de mensen niet eens meer zuinig op zichzelf. Als je die drugsverslaving en al die toestanden ziet: dat is geen verbetering hoor. Wij hoefden niet zoveel te bereiken. Jonge mensen leven gejaagd. Hoe moeten zij ooit tevreden raken? Ze willen steeds méér. Ze denken niet aan elkaar, maar alleen aan zichzelf. Het sterkste bewijs daarvan vind mevrouw Aaltje de huidige toestand van de liefde. Daar is weinig meer van over. Mijn man en ik zijn bij leven en welzijn volgend jaar zestig jaar getrouwd. Daarvoor hadden we al zes jaar verkering. Maar nu zijn jonge mensen één, misschien twee jaar bij elkaar, en huppekee, weg zijn ze weer. Het is een chaotische toestand geworden. Het was voor haar generatie vanzelfsprekend dat je je ouders onder je hoede nam. 22 jaar heeft ze voor haar moeder gezorgd. Nagelopen noemde ze dat. Haar vader overleed jaren eerder. Toen haar moeder alleen was, ging het bergafwaarts. Haar broer kon niet helpen. Die verloor de onderkant van zijn been bij het sloopbedrijf waar hij werkte, toen hij bekneld raakte onder een omgevallen kraan.Hij lag twee jaar in het ziekenhuis. Hem heb ik ook nagelopen, want het eten daar was daar niks. Pas aan het einde van het gesprek blijkt dat ze ook nog eens zorgde voor een buurvrouw en een tijd lang voor één van haar dochters, die lang het bed moest houden. Eigenlijk vindt mevrouw Aaltje dat ouderen tegenwoordig veel te snel naar het bejaardehuis worden gebracht. Maar ze heeft erover nagedacht en ze vindt niet dat haar dochters haar hoeven nalopen. Ik ben niet het typen dat zich laat verzorgen. Daarom hebben wij ons eigen appartementje. Een van haar dochters woont in de buurt en komt elke ochtend langs. Wij hebben ons leven gehad, zegt mevrouw Aaltje. Zij hebben hun leven en dat leven zij op hun manier. Natuurlijk houden ze veel van hun vader en moeder, daar gaat het niet om; we worden hier verzorgd als het moet. Het is goed zo. Jonge mensen leven gejaagd, hoe moeten zij ooit tevreden raken? Dit was het verhaal van een
doorgaans familie in een woonzorgcentrum. |
||